close
  • maandag 9 december
Algemeen

Apotheek verstrekt 20% meer geneesmiddelen in december

Apotheek verstrekt 20% meer geneesmiddelen in december

December wordt als een drukke maand ervaren in de Nederlandse apotheek.

Medewerkers moeten harder werken omdat er minder werkdagen zijn en omdat patiënten nog voor het nieuwe jaar medicijnen hamsteren om een eigen-risicobetaling aan het begin van het jaar te voorkomen. Toch zijn er geen typische hamstermiddelen. Dit meldt de SFK deze week in het Pharmaceutisch Weekblad.

Jaarlijks krijgt de SFK rond deze tijd vragen gesteld over hamstergedrag rond geneesmiddelengebruik in december. De vraag ligt voor de hand, want december is de laatste maand dat een verzekerde nog kan profiteren van het opgebruikte eigen risico van het lopende jaar; in januari start een nieuw eigenrisicojaar. Mensen met een opgebruikt eigen risico krijgen de geneesmiddelen het lopende jaar nog ‘gratis’, terwijl in januari de geneesmiddelen voor de volle mep ten laste komt van het eigen risico van het nieuwe jaar.

Hamstergedrag wordt ook beïnvloed door pakketwijzigingen. Staan er geneesmiddelen op de nominatie om per januari van het volgende jaar uit het verzekerde pakket te worden gehaald, dan zal dat het hamstergedrag in de hand werken. Bij de jaarovergangen 2014-2015 en 2015-2016 waren geen belangrijke pakket-wijzigingen voor geneesmiddelen; dat biedt de mogelijkheid het normale hamstergedrag te onderzoeken.

Geen hamstermiddelen

Uitgedrukt in standaarddagdoseringen (DDD) verstrekten openbare apotheken in december 2015 19,3% meer aan receptplichtige pakket-geneesmiddelen dan de gemiddelde hoeveelheid van de elf daaraan voorafgaande maanden. Weekleveringen zijn buiten beschouwing gelaten, omdat daaraan vaste afspraken ten grondslag liggen en die dus geen invloed hebben op hamstergedrag. December 2014 – – 22,4% meer DDD’s dan het maandgemiddelde – en december 2015 waren in gelijke mate drukker dan de rest van het jaar.

Uit een vergelijking van de geneesmiddelen die in december 2014 en 2015 het meest bijdroegen aan de decemberdrukte blijkt dat er, op een enkele uitzondering na, geen overeenkomsten zijn. Denorex RX, een medicinale shampoo die bij psoriasis wordt gebruikt, staat in beide decembermaanden op de derde plaats. Er zijn die maanden ongeveer 50% meer DDD’s verstrekt dan in een gemiddelde maand.

Specifieke situaties

Middelen waarvan het gebruik zich in een groeifase bevindt, zullen op grond daarvan ook bijdragen aan de decemberdrukte. In december 2015 gold dat bijvoorbeeld voor de DOAC’s rivaroxaban (Xarelto) en dabigatran (Pradaxa), waarvan respectievelijk 60% en 45% meer DDD’s zijn verstrekt dan in de gemiddelde maanden van het jaar.

In dergelijke situaties geeft een andere benadering meer inzicht: wat is de te verwachten verstrekte hoeveelheid op basis van de trend in dat jaar? Zo bekeken, blijken beide DOAC’s gemiddelde hamsterproducten, want de werkelijk verstrekte hoeveelheden DDD’s liggen zo’n 20% boven de te verwachten hoeveelheden op basis van de trend.

Ook andere situaties zorgen ervoor dat van een geneesmiddel in december meer wordt verstrekt dan gemiddeld in andere maanden. Zo kunnen (dreigende) geneesmiddeltekorten (toevallig) tot een hoge decemberscore leiden. Van dutasteride (Avodart) zijn in december 2015 ruim 70% meer DDD’s verstrekt, het hoogste percentage van die maand. Uit de cijfers blijkt dat vanaf december het combinatiemiddel van dutasteride met tamsulosine (Combodart) aanzienlijk minder werd verstrekt. Patiënten die dit combinatiemiddel gebruikten, kregen vanaf december 2015 de middelen tijdelijk los verstrekt.

Het jaar daarvoor, in december 2014, waren het hoestmiddel codeïne en het luchtwegantibioticum amoxicilline met respectievelijk 60% en 50% extra DDD’s koplopers. Hieruit blijkt dat ook seizoensinvloeden een rol spelen bij decemberdrukte. Dergelijke seizoensinvloeden zien we in december 2015 niet terug.

Voor beide middelen geldt dat het gemiddelde gebruik door het jaar heen in 2014 veel lager was dan in 2015 en het decembergebruik in 2014 juist hoger dan in 2015. Dat komt overeen met de griepcijfers. De griepgolf in de eerste maanden van 2014 was veel minder dan die in de eerste maanden van 2015. Bovendien begon die griepgolf al in december 2014, terwijl er in december 2015 weinig griepgevallen waren.

Geschreven door: Redactie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Volg ons via Facebook